« naar overzichtdonderdag 26 januari 2006

Zuurstoftherapieën: een vergelijking

Zuurstoftherapieën: een vergelijking

Als er sprake is van zuurstoftherapieën, betreft het meestal de trapsgewijze zuurstoftherapie, de behandeling met geïoniseerde zuurstof of de hyperbare zuurstoftherapie, waarbij het lichaam via de ademhaling een grotere hoeveelheid zuurstof wordt toegevoerd, of Airnergy, een therapie waarbij er geactiveerde lucht wordt ingeademd.

 

Dat zuurstof in de geneeskunde van enorme betekenis is, komt doordat dit element voor de meer dan 60 biljoen cellen van ons organisme waarnaar het via het bloed wordt getransporteerd, als energiebron fungeert. De lucht die we inademen, bestaat voor 21% uit zuurstof, maar daarvan benutten we slechts een kwart. Dat is echter niet voldoende om de energieproductie van de cellen in stand te houden. Naarmate we ouder worden, bij ziekte, bij stress en bij andere vormen van belasting neemt het vermogen van ons organisme om de via het bloed aangeboden zuurstof te benutten, nog verder af. Als gevolg daarvan wordt er in de cellen minder energie geproduceerd en worden er meer vrije radicalen gevormd, die bovendien slechter worden afgebroken. Dit bevordert de oxidatieve processen in de cellen: er ontstaan ziekten en verouderingsprocessen worden versneld. Energiegebrek leidt tot een slechtere stofwisseling en soms zelfs tot ziekte. Dat de benutting van de zuurstof uit het bloed door het (met mate) beoefenen van duursporten weer verbeterd kan worden, is algemeen bekend. Wetenschappelijk onderzoekers zoeken daarnaast steeds opnieuw naar mogelijkheden om de zuurstofbenutting door speciale therapieën te verbeteren.

 

Het meest bekend is de trapsgewijze zuurstoftherapie van professor Manfred von Ardenne. Daarbij krijgen de patiënten eerst een soort vitaminecocktail, inhaleren ze vervolgens gedurende maximaal twee uur lucht die ongeveer 60% zuurstof bevat, en doorlopen ze daarna of nog tijdens het inhaleren een bewegingsprogramma, bijvoorbeeld lopen of fietsen. Het resultaat daarvan is dat sommige mensen zich fitter voelen. Maar dat de zuurstofbenutting - en alleen daarom gaat het uiteindelijk - verbeterd kan worden, kan niet overtuigend worden bewezen.

 

Dr. Ivan Engler, die de therapie met geïoniseerde zuurstof heeft ontwikkeld, is van mening dat alleen de energierijke vormen van zuurstof in het lichaam actief kunnen zijn. Hij denkt dat dit elektrisch geladen deeltjes zijn, de zogenaamde zuurstofionen, zoals deze ook voortdurend in de natuur worden gegenereerd. Sommige artsen dienen hun patiënten geïoniseerde zuurstof in een met extra zuurstof verrijkt luchtmengsel toe, maar over de werkzaamheid hiervan is weinig bekend.

 

De hyperbare (overdruk-)zuurstoftherapie wordt normaalgesproken toegepast in noodsituaties, bijvoorbeeld na duikongevallen en gasvergiftigingen en bij ernstige brandwonden. De patiënten ademen daarbij in een drukkamer via ademmaskers zuivere zuurstof in. Door de overdruk wordt het zuurstofgehalte in het bloed verhoogd tot het 15-30-voudige, waarna het bloed in het weefsel terechtkomt en daar de ingeademde gevaarlijke gassen verdringt. De laatste tijd wordt deze methode ook toegepast bij patiënten met chronische ziekten. Omdat de hyperbare zuurstoftherapie niet geheel ongevaarlijk is en de resultaten maar matig overtuigend zijn, lopen de meningen van de artsen over deze therapie sterk uiteen.

 

Zuurstoftherapieën: een vergelijking

De jongste ontwikkeling is Airnergy, een inhalatieluchttherapie waarbij er geen extra zuurstof wordt toegediend en er geen chemische stoffen aan de lucht worden toegevoegd. In de Airnergytoestellen wordt er door middel van katalysatoren langs zuiver natuurkundige weg een reactieve zuurstofvorm gegenereerd, de zogenaamde „singletzuurstof“. Het betreffende proces speelt ook in de natuur, bij de fotosynthese, een grote rol. De zuurstof keert daarbij weliswaar in minder dan een milliseconde terug in zijn energiearme, trage basistoestand, maar geeft daarbij energie af, die in het Airnergy apparaat door middel van natuurlijke reacties met de luchtvochtigheid van watermoleculen wordt opgenomen in de geïnhaleerde lucht. De gebruiker ademt via een adembril normale maar energierijke lucht in.

 

Zoals in onderzoeken is aangetoond, neemt de zuurstofbenutting hierbij - anders dan bij de overige therapieën - meetbaar toe. Wanneer - zoals bij de andere therapieën - de zuurstofconcentratie wordt verhoogd, wordt er weliswaar meer zuurstof aangeboden, maar blijft het verbruik hetzelfde. Meer dan een kwart van de in de inhalatielucht aanwezige zuurstof kan door de cellen niet worden benut. De kunstmatig verhoogde zuurstoftoevoer verandert daar dus niets aan.

 
 
airnergy